AF- EN OPSTAPPEN (0009)

Afstappen en andere zijde weer opstappen.

LEERDOELEN
Snel kunnen af en weer opstappen in probleemsituaties
NIVEAU
  • Basis verkeer
INSTRUCTIE
Op fluitsignaal van begeleider stappen deelnemers op de fiets en rijden binnen gestelde tijd (bv. 3 min.) in dezelfde rijrichting rondjes om cirkel binnen aangegeven vak. Op elk volgend fluitsignaal stappen deelnemers af en op fiets. Bij eenmaal fluiten links af- en rechts weer opstappen; twee maal fluiten rechts af- en links weer opstappen.
STARTSITUATIE
Deelnemers stellen zich gezamenlijk in vak op.
POSITIE BEGELEIDER
Binnen de cirkel.
AANDACHTSPUNTEN
Oefening wordt uitgevoerd met fietsen zonder fietstassen of andere zaken aan de fiets. Alert zijn op losse kleding of andere zaken waar men achter kan blijven haken.
OMGEVING
Ondergrond: vlak. Benodigde ruimte: 10x10 m. (lxb).
LUKT HET
Hogere frequentie van op- en afstappen, bijv. elke zoveel (n.t.b.) seconden. Afstappen bij hogere snelheid. Maak er een wedstrijdje van, degene die het laatst opstapt is af.
LUKT HET NIET
Individueel oefenen.
FIETSTYPE
HULPMATERIALEN
Fluit + twaalf hoedjes + tijdwaarneming.
VOORBEREIDING
Markeer benodigde ruimte met hoedjes. Markeer een cirkel, 5 m. (), met hoedjes binnen het vak.