SLALOM ENKELVOUDIG (0002)

Slalom rijden tussen enkele rij hoedjes

LEERDOELEN
Leren plotselinge obstakels, zoals overstekende mensen of dieren en openslaande portieren te omzeilen en onverwachte bewegingen in fietsgroepen op te kunnen vangen.
NIVEAU
  • Brons OffRoad
  • Certificaat deelname Opstapcursus Kind
  • Certificaat deelname Opstapcursus Volwas
  • Basis verkeer
INSTRUCTIE
Volg de aangegeven route tussen de hoedjes door. Bij passeren hoedje (overdreven) kijken naar volgende hoedje. Schouder meedraaien. Elke volgende deelnemer start zodra voorganger oefening heeft volbracht.
STARTSITUATIE
Deelnemers stellen zich met fiets in lichte versnelling in denkbeeldige rechte lijn t.o.v. obstakel bij startpunt op.
POSITIE BEGELEIDER
Naast obstakel, halverwege slalomparcours.
AANDACHTSPUNTEN
Deelnemer bepaalt aan welke zijde het eerste hoedje wordt gepasseerd.
OMGEVING
Ondergrond: vlak. Benodigde ruimte: 10x5 m. (lxb). Deze oefening leent zich uitstekend om met eenvoudige middelen, in de eigen omgeving, op een willekeurig veldje, plein, parkeerplaats of dergelijke uitgevoerd te worden
LUKT HET
Kijk wie de meeste slaloms binnen een bepaalde tijd kan rijden of wie de slalom het langzaamste kan rijden (Slowbiken). Probeer een slalom op hoger niveau door bijv. met het voorwiel buiten- en achterwiel binnen de hoedjes door te fietsen zonder de hoedjes te raken.
LUKT HET NIET
Hoedjes verder uit elkaar plaatsen.
FIETSTYPE
HULPMATERIALEN
Fluit + vijf tien hoedjes.
VOORBEREIDING
Markeer start- en keerpunten, 5 m. vr en na het obstakel, met hoedjes. Onderlinge afstand hoedjes: 2 m. Ca. 1 m. vr eerste hoedje van slalom, twee hoedjes als markering voor de ingang gebruiken.